top of page
Zoeken

Onderzoek doen met DUTCH-data? Maak kennis met de wetenschapscommissie

ingmarvoorhaar
1 uur geleden
5 minuten om te lezen

Een gesprek met Jos van der Hage en Richard Evering


“Waarom werkt het? Of waarom werkt het niet?” Volgens Richard Evering is dat de wetenschappelijke vraag bij DUTCH. Hij hoopt dat DUTCH met de data kan laten zien welke simulatie passend is om in te zetten. Om zulke vragen te kunnen beantwoorden, heeft DUTCH een wetenschapscommissie: de WeCo. Prof. dr. Jos van der Hage (voorzitter) en Richard Evering (commissielid) vertellen wat de commissie doet, wat het oplevert voor onderzoekers, opleiders, zorgprofessionals en technologiepartners, en wat ze niet doet.


De commissie

De WeCo bestaat sinds 2025 en heeft zes leden. Prof. dr. Jos van der Hage is voorzitter, chirurg-oncoloog en hoogleraar intra-curriculair onderwijs Heelkunde aan het LUMC. Richard Evering is hoofddocent-onderzoeker en projectleider van de XR-hub in Gezondheid & Welzijn aan Hogeschool Saxion. De leden brengen elk hun eigen expertise mee, van medische praktijk en onderwijskunde tot technologische vernieuwing. Wie ze zijn, lees je op de Team DUTCH-pagina.


De drie rollen van de WeCo

De WeCo houdt zich bezig met alle facetten van onderzoek bij DUTCH. De commissie wil precies weten wat wel en niet werkt bij simulatieonderwijs, en waarom. Denk daarbij aan effectiviteit: is het leerrendement voldoende? Is simulatieonderwijs net zo goed als praktijkonderwijs? Voert de lerende de juiste stappen in de juiste volgorde uit? Volgt een anesthesiemedewerker bijvoorbeeld het protocol bij het gebruiksklaar maken van de operatiekamer? Aan efficiëntie: hoe lang doet de lerende over de activiteit? En aan acceptatie: wordt de gesimuleerde activiteit uitgevoerd, en welke factoren bepalen of dat wel of niet gebeurt? De commissie wil drie rollen vervullen:


1.      Loket. Iedereen die samen met DUTCH onderzoeksvragen wil beantwoorden op basis van DUTCH-data, kan hier terecht.

2.      Beoordelen. De commissie beoordeelt en verwerkt onderzoeksaanvragen die gebruik willen maken van DUTCH-data. Daarbij hoort dat ze duidelijk maakt hoe je een aanvraag indient, bij wie, hoe die wordt beoordeeld en hoelang dat duurt. Die informatie komt op de website.

3.      Wetenschapsagenda. De commissie benoemt welke onderwerpen voor DUTCH belangrijk zijn om te onderzoeken, met vragen als: waarom werken dingen zoals ze werken, of waarom werkt het niet? Ze is al begonnen met het opstellen van die agenda: welke gegevens en inzichten zijn relevant, en welke data moeten nog ontwikkeld worden?

 

Een voorbeeld: simulaties testen

Binnen DUTCH zijn simulatiemodules in ontwikkeling of op komst. Die moeten onder andere getest worden op hun leerrendement, dus wat ze bijdragen aan het leren. Dat kan per simulatie, maar ook voor meerdere simulaties tegelijk, als de gegevens van al die simulaties in één dataset staan. Dat wil DUTCH mogelijk maken, en de WeCo ziet erop toe dat het zorgvuldig gebeurt.


Je kunt ook kijken naar wat er gebeurt als de simulaties er zijn: worden ze gebruikt, kun je meer studenten opleiden, kost het minder tijd per student? Zo kun je onderzoeken hoe het invoeren van simulatieonderwijs uitpakt, en het simulatieonderwijs zelf kritisch bekijken.


Wat het oplevert voor jou

Onderzoekers en instellingen. Van der Hage noemt voorbeelden: waarom werkt een bepaalde immersieve simulatie onvoldoende voor een bepaalde groep als je die op een bepaalde manier in een curriculum invoert? Of werkt een serious game wel of niet, of beter, met een VR-bril dan op een gewone computermonitor? Als instelling kun je onderzoeken of het invoeren of vaker toepassen van simulatieonderwijs ook echt leidt tot de doelen die je ermee had.


Opleiders en zorgprofessionals. Evering werkt zelf bij een hogeschool. Hij wil met de data kunnen zien welke simulaties echt iets opleveren: “Welke levert nu daadwerkelijk leerrendement? Of welke levert nu daadwerkelijk die efficiëntieslag die we willen slaan?” Wil je simulaties kunnen inzetten, dan wil je volgens hem ook kunnen varen op onderzoek: wat is het effect, hoe efficiënt is het, hoe wordt het geaccepteerd en hoe voer je het in? Dat zijn vragen die, als het goed is, straks met de DUTCH-dataset worden onderzocht.


Technologiepartners. Evering denkt dat zij vooral inzicht krijgen in waar de praktijkbehoefte aan heeft, en hoe ze bij het ontwikkelen van producten het beste kunnen aansluiten. Ook levert de DUTCH-data als het goed is onderbouwing voor technologiepartners: waarom werkt een simulatie wel of niet?


Een onderzoeksvoorstel indienen

De commissie verwacht voorstellen om data te verzamelen voor DUTCH, of om DUTCH-data te gebruiken voor onderzoek. Ze kijkt of een voorstel past bij de wetenschapsagenda en goed is opgesteld. Op de website komt te staan hoe de procedure verloopt, van het indienen van een aanvraag tot en met de beoordeling.


In sommige gevallen vraagt de commissie eerst om extra uitleg, zegt Van der Hage. Blijft daarna onduidelijk wat je met de data wilt, dan gaat het niet door. Een beoordeling moet bovendien niet lang duren: als onderzoeker wil je niet een half jaar op een reactie wachten.

De commissieleden doen zelf ook onderzoek. Daarom heeft de commissie afspraken gemaakt om te voorkomen dat overlappende of concurrerende onderzoeksvragen elkaar in de weg zitten.


Ook goed om te weten: ook partijen die geen onderdeel zijn van DUTCH kunnen een aanvraag indienen. Per aanvraag wordt dan bekeken in hoeverre die kan worden ingewilligd, bijvoorbeeld met het oog op de privacywetgeving (AVG).


Wat de WeCo niet doet

Evering: “Wij doen geen METC-toetsing, en wij doen ook niet een toetsing op MDR.” (METC is de medisch-ethische toetsing, MDR gaat over de Europese regels voor medische hulpmiddelen.) Daar zijn andere instanties voor. Onderzoek moet netjes worden uitgevoerd en goedgekeurd zijn. Wil je onderzoek doen met DUTCH-data, dan regel je die toetsing zelf waar dat nodig is, voegt Van der Hage toe.


Wat er komt

De commissie kijkt aan de hand van de vragen die nu binnenkomen of haar werkwijze goed uitpakt. De komende maanden werkt ze vooral aan de wetenschapsagenda. Zodra de websitepagina klaar is, komt de werkwijze van de commissie daarop te staan, met antwoorden op veelgestelde vragen, zegt Evering.


De commissie wil vooral ondersteunen en een beetje sturen, en niet te veel een filter zijn. Die sturing is inhoudelijk, omdat ze geïnteresseerd is in simulatieonderwijs en praktijkopleidingen. Een belangrijke factor voor succes is volgens Van der Hage een dataset die zich onderscheidt: “Als DUTCH iets heeft wat anderen niet hebben, namelijk een grote unieke dataset over simulatieonderwijs, dan weet ik zeker: dan willen mensen daar onderzoek op doen.”


Een wetenschapscommissie hoort erbij

DUTCH zet technologie in als versneller van het zorgonderwijs. Maar vooruitgang vraagt om meer dan innovatie alleen: het vraagt om onderbouwing. Bij een groot project met innovatie en verandermanagement, zoals DUTCH, hoort volgens Van der Hage een wetenschapscommissie als standaardonderdeel. Zij kan verdiepende vragen stellen, “om tot het naadje van de kous te kunnen komen, of de dingen die je had bedacht ook doen wat je had gehoopt dat ze zouden doen.” Als de aanpak van DUTCH werkt, is het ook een opmaat voor andere praktijkopleidingen om zo naar hun eigen onderwijs te kijken.


Kom in contact

Heb je vragen voor de commissie of wil je in de toekomst iets met DUTCH-data doen? Neem dan contact op. De commissie is voor iedereen die geïnteresseerd is bereikbaar. Dat kan voorlopig via DUTCH@amsterdamumc.nl vermeld daarbij dat je vraag gericht is aan de wetenschapscommissie.


Als DUTCH iets heeft wat anderen niet hebben, namelijk een grote unieke dataset over simulatieonderwijs, dan weet ik zeker: dan willen mensen daar onderzoek op doen.” – Prof. dr. Jos van der Hage, voorzitter Wetenschapscommissie

 
 
bottom of page