

DUTCH ontwerpt simulatieonderwijs voor operatieassistenten (OA), anesthesiemedewerkers (AM) en radiodiagnostisch laboranten (RDL). De inhoudelijke basis daarvoor is een thematische indeling. Op deze pagina lees je hoe die indeling tot stand kwam, waarom thema’s het primaire ordeningsprincipe vormen en wat de wijzigingen in de EPA-structuur betekenen voor de simulatiemodules.
Thematische indeling en EPA's binnen DUTCH
Hoe de thematische indeling tot stand kwam
In 2023 is binnen de werkgroep DUTCH Inventarisatie gestart met het clusteren van de drie beroepsgroepen in overkoepelende thema’s. Dat gebeurde in samenwerking met opleiders en onderwijskundigen, zodat inhoudelijke en onderwijskundige expertise elkaar aanvullen.
In 2024 zijn de thema’s verder uitgewerkt en vastgesteld in een participatief traject met rondetafelgesprekken. Daaraan namen afdelingsmanagers, zorgprofessionals, praktijkopleiders en theorieopleiders deel, vanuit academies en hbo-instellingen verspreid over het land. De thematische indeling is daarmee afgestemd op praktijk, opleiding en theorie.
Wat is een thema?
Een thema is een inhoudelijke categorie die is vastgesteld binnen een specifieke beroepsgroep (bijvoorbeeld AM, OA of RDL) of voor functie-overstijgende leerdoelen. Thema’s vormen de inhoudelijke basis waarop leertaken en bijbehorende deeltaakoefeningen worden ontwikkeld, doorgaans voortkomend uit Entrustable Professional Activities (EPA’s) en praktijksituaties. Een thema:
-
vertegenwoordigt een herkenbaar en afgebakend leer- of werkgebied binnen een beroepspraktijk;
-
is afgeleid van de professionele context van de doelgroep;
-
is leidend voor de ontwikkeling van leertaken en deeltaakoefeningen die binnen dat thema thuishoren.
Hierdoor sluiten thema’s direct aan op het handelen van zorgprofessionals en zijn ze goed toepasbaar in zowel opleiding als praktijk.
Waarom thema’s als ordeningsprincipe
Er is een duidelijke relatie tussen de thema’s en de EPA’s. Toch heeft DUTCH bewust gekozen voor thema’s, en niet voor EPA’s, als primair ordeningsprincipe. Thema’s zijn gebaseerd op beroepsactiviteiten die inhoudelijk stabiel blijven, ook wanneer de ordening van EPA’s verandert. Dat maakt de thematische indeling een duurzame en schaalbare basis voor herbruikbare, flexibel inzetbare simulatiemodules. De koppeling met EPA’s blijft daarbij behouden: per thema is beschreven welke EPA’s erdoor worden ondersteund.
Naast de inhoudelijke afbakening is een prioritering bepaald. Daarbij zijn vier criteria gehanteerd:
-
urgentie: bijdrage aan actuele vraagstukken in de zorgpraktijk;
-
behoefte vanuit de praktijk: signalen en wensen van zorgprofessionals en opleiders;
-
impact op begeleidingsdruk: activiteiten die intensieve begeleiding vragen en zich lenen voor simulatieonderwijs;
-
opschaalbaarheid: inzetbaarheid voor meerdere beroepsgroepen.
Deze aanpak heeft geleid tot een thematische structuur die inhoudelijk relevant, uitvoerbaar en schaalbaar is.
Wat betekenen de wijzigingen in de EPA-structuur?
De EPA-structuur voor de drie beroepsgroepen is herzien en de nieuwe EPA’s zijn inmiddels definitief vastgesteld. De herziene EPA's voor OA, AM en RDL staan in de toekomstige EPA-bibliotheek van CZO. Ze worden in 2028 van kracht. DUTCH volgt deze ontwikkeling op de voet. Samen met de coördinatoren van de drie beroepsgroepen is een impactanalyse uitgevoerd. Op basis van deze analyse is de inschatting dat de EPA-wijzigingen de ontwikkeling van simulatiemodules niet in de weg staan en dat modules die op de thematische indeling worden gebouwd, hun waarde behouden. Deze inschatting wordt opnieuw getoetst zodra de EPA-bibliotheek van CZO is gepubliceerd.
Dat de impact beperkt blijft, hangt samen met twee ontwerpkeuzes. De simulatiemodules zijn gebaseerd op de thematische indeling en op het 4C/ID-model als onderwijskundig ontwerpkader. Ze zijn daarmee geworteld in beroepsactiviteiten en leertaken die direct aansluiten op de praktijk en die inhoudelijk stabiel blijven, ook bij wijzigingen in de EPA-structuur.
De rolverdeling verandert evenmin. De eindbeoordeling van EPA’s vindt plaats in de praktijk. Simulatiemodules bereiden lerenden voor op het zelfstandig uitvoeren van beroepsactiviteiten, maar vervangen die beoordeling niet.
Wat kun je verwachten?
Zodra de EPA-bibliotheek van CZO is gepubliceerd, beschrijft DUTCH de koppeling tussen de simulatiemodules en de EPA’s opnieuw op basis van de definitieve, gepubliceerde structuur. De inhoud en opbouw van de modules blijven naar verwachting ongewijzigd; waar aanpassing nodig blijkt, wordt dat via deze pagina gemeld. DUTCH stelt vervolgens een overzicht van de wijzigingen beschikbaar via deze website.
